In de begin jaren negentig ging je als technische man eind mei even langs de club om een kopie te maken van de huidige selectie. Wellicht een kleine mutatie. Maar verder niets schokkend. De tijden zijn wezenlijk veranderd. In november de eerste oriënterende gesprekken met de zittende trainer. Verlengen of in goed overleg uit elkaar. In het laatste geval werk aan de winkel. Profielschets maken of gewoon iemand prikken uit de vele open sollicitaties? Haast is geboden want de nieuwjaarsreceptie staat voor de deur. De voorzitter wil wel wat zinvols melden. Wat is er dan leuker om de preses de naam van de nieuwe grote man in te fluisteren. Zo, die klus zit gelukkig erop. Want stel je voor als je langer wacht. Dan zijn de beste oefenmeesters bezet. Maar dan. Een tijdrovende periode breekt aan. De selectie van augustus moet in balans gebracht worden, de achterban wil succes zien.

Na talloze gesprekken eindelijk beet. Een speler hapt toe en komt. Goed of slecht hij komt. Dan slaat het noodlot toe. Een sterkhouder gaat ‘ praten ‘ bij een andere vereniging. Even babbelen met pa langs de kant. Wil speler andere positie, heeft zijn vriendin het niet naar d’r zin bij de club? Nee, dat is het niet. Premiestelsel, twee paar voetbalschoenen en een trainingskamp geeft de doorslag. Dat is oneerlijk. Hier kunnen wij niet tegenop want als we er één betalen staan binnen de kortste keren alle vrijwilligers voor de deur. Dat moet je niet willen. Er rest niets anders dan verder te vissen in het onuitputtelijk spelers potentieel die de regio Veenendaal rijk is. Halverwege maart zakt de gekte een beetje in. Tijd om eens een jeugdtraining te gaan bezoeken. De visie van de club moet immers wel gewaarborgd blijven. De eerste week van juni het laatste spelersoffensief en dan vakantie. Vroeg in augustus weer op de club. Praatje maken en handen schudden. Heerlijk, niets is mooier dan de voetballerij.

 

Teus Jakobs.